Alexander Lesturgeon

Alexander Lodewijk Lesturgeon wordt geboren op 16 oktober 1815 in Venlo geboren als zoon van de kapitein-ingenieur bij de genie Alexander Anthony Lesturgeon en Louise Johanne Mann. Het gezin verhuist, vanwege de overplaatsing van vader Lesturgeon, in 1821 naar Coevorden in Drenthe.

Wachten op een baan

Alexander studeert – na een voorbereidende opleiding in Kampen en Deventer – theologie in Groningen. In 1844 wordt hij predikant in Oosterhesselen.
Op de website van geschiedenis van Coevorden vinden we een artikel over Alexander Lesturgeon

Coevorden, zomer 1842. Achter zijn schrijftafel zit de 26-jarige Alexander Lesturgeon somber voor zich uit te staren. Hij heeft daar reden toe. Al ruim een jaar wacht hij vergeefs op een beroep als predikant. In het voorjaar van 1839 was hij, als kandidaat in het theologie, teruggekeerd van Groningen naar het ouderlijke huis in Coevorden, om er zich voor te bereiden op het zogenaamde proponentsexamen. Iedere dag mist hij de levendige studentenstad. Tegenover een relatie beklaagt hij zich keer op keer over Coevorden. (maar even niet meeluisteren, burgermeester!….) “Coevorden is een allererbarmelijkst dorp, in het vergeten hoek des lands geïsoleerd. … Als gij eens wist hoe prozaïsch men wordt in het allerprozaïschte landplaats onzes vaderlands”.
Ja, de naar een baan hunkerende Alexander heeft het moeilijk en Coevorden krijgt onverdiend de schuld. De diepste oorzaak van Alexanders zwartgalligheid moeten we echter elders zoeken. Zijn ouders weigeren in te stemmen met de keus van zijn hart. Zijn aanbedene, Cornelia Boll, is wees en de dochter van wijlen een kruideniersweduwe uit de Bentheimerstraat. Alexander is de oudste zoon van de officier, eerstaanwezend kapitein van de genie in Coevorden en daarmee tweede man in de militaire hiërarchie binnen de vestingstad. Vader en moeder Lesturgeon vinden Cornelia beneden hun stand. Maar Alexander weet van geen wijken, huurt een kamer in de Kerkstraat en verlaat het ouderlijk huis. “Zorg dan ook maar financieel voor jezelf”, houdt zijn vader hem gekwetst voor. Zoonlief zou, die tot eind 1842 als hulpprediker naar Oosterhesselen trok (sedert tien jaar mijn woonplaats), leven van wat een invalpredikbeurt hier en daar opleverde, maar vooral van zijn pen.

Huwelijken

Alexander Lesturgeon is op 3 oktober 1845 in Coevorden getrouwd met Elisabeth Cornelia Dina Boll.
Ze krijgen een zoon (Alexander Lodewijk jr.) en een dochter (Louise Joanne Hendrike)
In 1849 overlijdt zijn vrouw Elisabeth en in het jaar daarop overlijdt ook dochtertje Louise Joanne Hendrike .
Een paar jaar later, het is dan eind 1852, trouwt Alexander met Johanna Margaretha Caspers.
Er worden 12 kinderen geboren, een aantal sterft voor hun tiende jaar. De kinderen die in Vledder geboren/gewoond hebben:

  • Alexander Lodewijk (1846). Overlijdt in 1856 in Vledder. Begraven bij de kerk in Vledder.
  • Louise Johanna (1855)
  • Wilhelmina Johanna Alexandrine (1857)
  • Jeanette Antoinette Wilhelmina (1858)
  • Alexander Anthonij (1860)
  • Gesina Hillegonda Everdina (1862)

Predikant

Bron: Delpher- Provinciale Drentsche en Asser Courant, 13 september 1854

Alexander Lodewijk komt in 1854 naar Vledder als predikant en blijft daar tot 1864. Op Het Geheugen van Drenthe staat over Alexander Lesturgeon :
Als predikant bestreed Lesturgeon misstanden en verkeerde gewoonten. Hij voerde ook strijd tegen wijdverbreide vormen van bijgeloof. Voorts had hij bij veel gemeenteleden een reputatie als ‘medicus’

Letterkundige

Alexander Lesturgeon was oprichter van leesgezelschappen en rederijkerskamers, waarmee hij het toneelspel stimuleerde. Ook was hij lid van het Nutsdepartement Frederiksoord (De leden van ’t Nut waren gegoede burgers; heren die door ontwikkeling en geld in staat waren om onderontwikkelde en arme mensen te helpen), waarvoor hij regelmatig voordrachten hield.

Lesturgeon werd behalve als predikant ook bekend als letterkundige. In zijn studententijd schreef hij al poëzie en later ook reisboeken. Zijn werk Een Drenthsch gemeente-assessor met zijne twee neven op reis naar Amsterdam, in ’t voorjaar van 1843 (Deel II, 1853) bevat een aantal brieven in het Drents. Van 1844 tot en met 1850 verschenen van hem bijdragen in de Drentsche Volksalmanak onder de titel ‘Proeve van een woordenboekjen van den Drenthschen tongval’, materiaal voor een eenmaal uit te geven woordenboek. In 1874 en 1875 publiceerde hij in het Weekblad van en voor Oostermoer en Zuidenveld nog een lijst ‘Drentsche woorden en spreekwijzen’. Zijn laatste dialectbijdrage is te vinden in het Algemeen Nederduitsch en Friesch Dialecticon (2 dln., 1874) van Johan Winkler (1840-1916). Hij droeg aan de Drentsche Volksalmanak, Drenthina en Erica verzen en/of artikelen bij.

Lesturgeon was een van de eerste schrijvers in Drenthe. Hij schreef o.a. samen met de journalist Harm Boom en de uitgever Dubbeld Hemsing van der Scheer onder het pseudoniem de drie podagristen “Drenthe in vlugtige omtrekken geschetst”. Het werk was een verzameling volksverhalen, volkskundige feiten en dialectwoorden in de vorm van een reisbeschrijving. Het werk markeert het begin van de Drentstalige literatuur. Daarna kwam pas een constante stroom op gang van letterkundige Drentse uitgaven in boekvorm.

Toneelvereniging

Het is dan niet verwonderlijk, dat toen bij oprichting aan de rederijkerskamer in Vledder in 1884 een naam moest worden gegeven, de keuze viel op “Lesturgeon”. Het werk waarmee de predikant in 1863 onder de naam Vollenhove was begonnen, werd in 1884 voortgezet door onderwijzer Molenwijk.
Aanvankelijk sprak men Nederlands, sinds zo’n 46 jaren wordt er voornamelijk Drents gesproken.

Lesturgeonplein

In 1984 krijgt het plein in het centrum van Vledder de naam Lesturgeonplein.


Laatste aanpassing: 18 december 2025